De Erfenis – 3

In het vorige hoofdstuk hebben we gezien hoe Mel haar kamers had opgeknapt en hoe ze begonnen was met de tuinmeubeltjes. Misschien was het wel omdat ze zo moe was, dat ze weer opnieuw flauw was gevallen. Op het eind van Deel 2 vond John haar weer buiten bewustzijn.

***

Hij hielp haar weer op te staan en sloeg teder zijn armen om haar heen terwijl zij hem vertelde wat er gebeurd was.

“ Ik werd wakker omdat ik een droge keel had dus ik stond up om een glas water te pakken maar toen hoorde ik iets raars. Ik draaide me om en toen zag ik, dat de ijskast vreemde bewegingen maakte… net alsof er iets levends in zat.” Ze slikte even en ging  toen verder: “Toen voelde ineens een hete stroom door me heen gaan en daarna een heel koud gevoel dat tot op mijn botten doordrong… heel griezelig… en toen…. wist ik niets meer. Ik moet toen flauw gevallen zijn.”

John probeerde er een logische verklaring voor te vinden, zoals alle mannen dat nou eenmaal doen. “Lieverd, je hebt de laatste tijd heel hard gewerkt. Ik ben er van overtuigd, dat je verbeelding… je parten speelt. Kom op Mel; drink dat glas water en laten we naar bed terug gaan. We hebben nog een paar uurtjes te goed. Morgen kijk je er anders tegen aan.”

Het was inderdaad waar; bij daglicht zag het er allemaal anders uit en ze begon te denken, dat haar man gelijk had. Ze besloot het rustiger aan te doen maar als eerste verfde ze wel de banken en daarna ging ze de tuin verzorgen. Dat was wat ze eigenlijk het liefste deed. Ze keek om zich heen en dacht ‘deze grond is wel erg vruchtbaar! Alles groeit veel sneller dan in mijn andere tuin’.  

Toen ze daarmee klaar was ging ze naar binnen en maakte een salade voor de lunch. Het was warm weer dus een salade zou ideaal zijn. Dan hoefde ze tussen de middag ook niet meer te koken.

Daarna las ze wat totdat ze hoorde, dat de krantenjongen er aan kwam. Ze ging snel naar buiten om hem een koekje te geven. De jongen was erg aardig maar hij keek een beetje schuchter om zich heen. Toen zij hij verlegen: “Dank U wel, U bent erg aardig. Weet U… **weer een steelse blik om zich heen werpend**… ik heb hier nooit mensen zien wonen maar mijn moeder heeft ons altijd verboden hier naar toe te gaan. Ze heeft nooit gezegd waarom maar ze dreigde ons met straf als we het tóch zouden doen.”

“O ja? Nou… vertel je moeder maar, dat er helemaal niets aan de hand is met dit huis hoor. Ik heb er niets van gemerkt”.

“Ik zal het tegen haar zeggen. Dank U wel voor het koekje.” Hij rende weg om verder de krant te bezorgen.

Mel bleef daar even in gedachten staan. Dit was de tweede keer, dat iemand haar voor het huis waarschuwde. ‘Ik zou eigenlijk eens moeten informeren in de stad’, dacht ze. Daarna liep ze naar de banken om te kijken of de verf al droog was.

Ja, dat was inderdaad het geval. Ze was moe en had nog een uurtje voordat John thuis zou komen. Ze ging op de bank zitten en viel er in slaap.

Zo vond John haar toen hij thuis kwam. Hij kreeg een warm gevoel in zijn hart toen hij naar haar keek. Hij wilde haar niet wakker maken en maakte het zich makkelijk op de andere bank… Zo bleef hij naar haar kijken totdat ze vanzelf wakker werd.

Later op de dag zei Mel tegen haar man wat de poolcar chauffeur en nu de krantenjongen had gezegd. Ze zei, dat ze er nieuwsgierig van was geworden en dat ze er nu wel iets meer over zou willen weten. “Ik denk, dat ik een dezer dagen maar eens in de stad ga rondkijken en misschien kunnen mensen me dan iets meer vertellen over dit huis.”

John vond het eerlijk gezegd onzin om zomaar aan mensen over dit huis vragen te gaan stellen. “Er is ons toch niets gebeurd… of wel? Heb jij iets raars gezien?”

Mel aarzelde voordat ze antwoordde: “Als je de bewegende ijskast en de snelheid van de plantengroei niet meerekent…, nee… dan heb ik inderdaad niets vreemds gezien, maar toch…”

“Maar… wat?”

“Nou…, ik weet niet hoor… maar af en toe krijg ik zo’n vreemd gevoel, voornamelijk ’s nachts… Je weet, dat ik een lichte slaper ben… en ik word vaak wakker omdat het lijkt alsof er iets is…; iets dat ademt… klaagt. Maar… je hebt gelijk, ik heb niets gezien. In ieder geval wil ik toch wel iets meer over dit huis te weten komen.”

“Lieverd, als je dat persé wil dan kunnen we dat morgen doen. Terwijl jij dat navraag gaat doen, ga ik materiaal bestellen om de planken van het huis af te halen want dat is het enge geluid wat je ’s nachts hoort. Ik ben ervan overtuigd!”

Ze gezegd, zo gedaan. Terwijl John inkopen ging doen voor de verbouwing ging Mel haar eigen gangetje. Ze stapte verschillende winkels in en knoopte zo hier en daar een praatje aan. De mensen waren allemaal erg aardig maar zodra ze vroeg of ze iets van het huis **haar huis** konden vertellen, dan klapten ze gelijk dicht. Iemand raadde haar aan naar de Openbare Bibliotheek te gaan voor informatie.

In de Bibliotheek was er één man die wel wilde praten en hij zei, dat hij eigenlijk niet veel wist. Kennelijk had er een bejaard echtpaar gewoond en die waren plotseling verdwenen.

Niemand is er ooit achter gekomen wat daar gebeurd is maar in de tuin waren er bloedvlekken gevonden en vanaf dat moment geloofde men, dat het huis vervloekt was. Volgens hem zou het een monnikenwerk zijn om elke krant te gaan lezen zonder zelfs maar het jaar te weten waarin dat allemaal plaats vond. Meer kon hij niet vertellen want dit was allemaal gebeurd voordat hij in Hidden Springs kwam wonen en hijzelf had met dít geval écht niets te maken gehad. Mel bedankte hem en ging naar huis terug zonder veel wijzer te zijn.

Tijdens het weekend sloopte John de planken terwijl Mel probeerde wat jonge klimop uit te graven en te bewaren om naderhand weer te kunnen planten. Ze pleisterden de buitenmuur en verfden het. John was er van overtuigd, dat het een groot verschil zou maken, niet alleen het aanzien van het huis was verandered maar ’s nachts zouden ze niet meer dat vervelende geluid horen.

In de namiddag merkte John flitslicht. Hij zag, dat er iemand foto’s aan het nemen was, niet alleen van het huis maar ook van zijn vrouw die de klimop weer aan het planten was. “Hé, wil je daarmee ophouden! Wij zijn gewoon bezig ons huis te verven en dat is niet zo speciaal, dat het in de krant moet komen!” Voordat de man wegrende, grinnekte hij en zei: “Ja… maar dit is niet zómaar een huis…!”

“Kom op, Mel…; we hebben wel genoeg gedaan voor vandaag. Laten we iets eten en gaan slapen.”

Wat schetst hun verbazing toen ze merkten, dat niet alleen de geluiden erger waren geworden maar ook dat de wilde bramenstruiken die ze hadden weg gehaald, opnieuw te voorschijn waren gekomen…!

Mel liep naar de vijver en ze begon het weer heet en koud tegelijk te krijgen. Hoe dichter ze bij de dode boom kwam, des te erger werd dat gevoel. Ze draaide zich om en holde naar huis terug.

John voelde zich bijna beledigd, dat hij niet gelijk had gehad en aangezien de meeste mannen een schuldige zoeken voor hun eigen frustraties, riep hij luid: “Ik laat deze boom gelijk weghalen; net zoals de andere die op de andere hoek van het huis staat!”

Mel zei sussend: “Dat is geen doen voor jou alleen, John. Waarom vraag je niet de hulp van een tuincentrum…; dat zijn beroepsmensen die er het juiste spul voor hebben.”

Dus John bestelde gelijk beroepsmensen en een hijskraan om de dode bomen weg te laten halen. Toen dat eenmaal gebeurd was, voelde hij zich bijzonder opgelucht. Morgen zou Mel er dan wel voor kunnen zorgen dat er op die plekken iets nieuws geplant werd.

Mel had zich er al geestelijk op voorbereid om dat de volgende dag te doen en ze stond vroeg op om gelijk aan de slag te gaan. Ze had wat planten en zaad gekocht en ze wilde zich eerst daarmee bezig houden. Ze liep de plek waar die dode boom had gestaan en toen ze in de buurt kwam zag ze iets, dat het bloed in haar aderen deed stollen….

Wordt vervolgd….

Advertenties

Over margotoele

Geboren in Nederland en met een spanjaard getrouwd. Sinds 1971 wonende in Las Palmas op de Kanarische Eilanden. Ik ben beroeps gids en mijn hobby is verhaaltjes te schrijven, die op het spel De Sims zijn geïnspireerd. Nací en Holanda y me casé con un español. Desde 1971 vivimos en Las Palmas de Gran Canaria. Soy guía profesional y mi gran hobby es escribir historietas inspiradas en el juego de Los Sims.
Dit bericht werd geplaatst in De Erfenis en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

2 reacties op De Erfenis – 3

  1. Pingback: November/December 2011 | Sims Universum

  2. conny zegt:

    Hoi Margo
    Wat is dit een leuk verhaal , geweldig ben erg benieuwd
    hoe dit afloopt .Knuf van Conny

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s