Het Relaas van een Kerstboom

Een bijzonder Kerstverhaal

*****

Toen ik nog maar een boompje was…, klein en beschermd door de andere en hogere bomen om me heen in het dal, probeerde ik rechtop te blijven staan om op die manier heel groot te kunnen worden en *zucht* hopelijk ooit een Kerstboom te mogen worden. Mijn vrienden waarschuwden me, dat het leven van een Kerstboom niet echt geweldig zou zijn en zelfs onaangenaam… Ze probeerden me enthousiast te krijgen om liever een telefoonpaal, of een paar mooie stoelen of een parketvloer te worden.

Nee! Ik bleef volhouden! Ik wilde een Kerstboom worden als ik groot was…! Ik wilde de bewondering in de ogen van de volwassenen zien en de vreugde van de kinderen beleven. Dus… deed ik alle mogelijke moeite om trots en koppig rechtop de groeien, jaar na jaar… totdat er mannen met zagen en bijlen kwamen die ons kapten. “Vaarwel”, snikten mijn vrienden toen ze op een wagen werden geladen en op weg gingen om bedden, lessenaren en picknick tafels te worden.

Ik werd bij de afdeling Kerstbomen ingedeeld. Mijn takken waren gezond en sterk genoeg om het schoonmaakproces te kunnen doorstaan. Van de zwakkere bomen werden de takken alleen gebruikt om er siertakken en sierkransen van te maken. Alleen de allerbesten…, de allermooisten onder ons mochten échte Kerstbomen worden. Ik voelde me zó trots!

Hier sta ik dan: een mooie boom in een prachtig huis. Ze hebben me van wortel tot kruin versierd met écht cristal, met 18 karaat goud en met vergulde kerstslingers. Eenvoudigweg het allerduurste en mooiste wat die mensen hadden kunnen vinden.

Ah… kijk… daar is Sarah. Een verwend wicht…. Sarah… die uit verveling m’n naalden uit mijn takken trekt en die de kat ophitst om me aan te vallen.

Hallo Sarah!

“PAPPIE! Ik wil naar het winkelcentrum! Ik moet nodig nog wat nieuwe cadeautjes hebben!”

“Ja hoor, is goed… zeg maar tegen mamma. ¿Sorry… wat zei je Monty?”

Als Sarah sprak dan combineerde ze haar vader’s arrogantie met het onnatuurlijk hoge stemmetje van haar moeder. Wat had ík haar graag een cadeautje gegeven… met een van mijn takken stevig op haar achterste….

“MAMMIE!”

“Ja, lieverd?”

“Ik wil winkelen!”

“Goed, schat. CARLOS! Leg die telefoon onmiddellijk neer en ga met je dochter naar het winkelcentrum!”

“Wacht even, Monty…. Waarom schreeuw je zo tegen me mens? Kan je zelf niet auto rijden? Waarom heb ik in godsnaam het laatste model BMW voor je gekocht als je niet eens in staat bent om met het kind naar de winkel te rijden?!”

“Jij bemoeit je nooit met haar; het enige wat je interesseert is weddenschappen aangaan en voetballen! Leg nu onmiddellijk die telefoon neer!”

“Monty, ik bel je straks terug.” **klik**

“…En wat heb JIJ ermee te maken, dat ik mijn geld besteed aan weddenschappen?! Als ik het niet goed zou doen, dan zou je waarschijnlijk niet de hele dag hier rond kunnen hangen en doen wat je altijd doet…., helemaal NIKS! Kom op, meid, als je naar de winkel wil, trek dan in ieder geval schoenen aan!”

“Hoe haal je het in de hoofd om je dochter een ‘meid’ te noemen! Ze heet Sarah en je noemt haar bij haar naam als je niet wil, dat ik een andere vader voor haar zoek!”

“Oh… ga gerust je gang! Je vindt vast wel iemand in de buurtwijk waar je vandaan komt!”

“Mammie, schiet nou op! Wat…. als ze in de tussentijd de armbanden hebben verkocht voordat ik er een kan uitkiezen? Mijn hele Kerstfeest zou verpest zijn!”

“Oké, ik ben al klaar, schat! CARLOS! …Ah… hij is al buiten. Kom Sarah en hou op met de kat te spelen! Zijn scherpe nagels zouden je jurk kunnen scheuren!”

“Maar ik moet zo nodig…”

“Ga de auto in… hup!”

** Zucht** Sarah zal in haar leven veel problemen krijgen…, ze is een verwend wicht. Maar uiteindelijk kan zij er niets aan doen de dochter te zijn van een voetballer op zijn retour en een majorette van de derde rij. Arm kind!

…En ik die dacht, dat Kerstfeest een van de mooiste tijden van het jaar zou zijn!

Deze mensen zijn niet gelukkig. Die arme vrouw die iedere dag alles wat ze achter zich laten liggen, opruimt… is ook niet gelukkig.

De enige die in dit huis gelukkig is, is die rotkat. Die is altijd bezig om te proberen de kadootjes kapot te maken, mijn takken aan te vallen en op de electriciteitskabels te kauwen.

Kssst…; ga weg, kat!

**miouw**

Donder op!    **zucht**

Ze laten me dag en nacht aan… en ze kijken nooit naar me. Waarom zouden ze me eigenlijk gekocht hebben…. Ik vraag me af of de werkster vandaag komt. Die kijkt wel naar me… al is het met een bedroefde uitdrukking op haar gezicht.

Hè, het lijkt wel of het heter wordt hier achter me. De kat zal wel weer een van zijn streken hebben uitgehaald!

Oh… daar is de werkster!

Jeetje… ze lijkt erg overstuur…!

Ik vraag me af waarom ze wegholt! Ik geloof niet, dat je zo hard hoort te rijden in een woonwijk. Het lijkt wel alsof de duivel haar op de hielen zit!

Nu begint het écht heet te worden. Wat zou die kat gedaan hebben?! **zucht**

… Hee…, ze zijn al terug. Dat is vreemd! Normaal gesproken blijven ze veel langer weg als ze inkopen gaan doen. Ach… misschien heeft Sarah vergeten een van haar vele speeltjes mee te nemen voor in de auto.

“MAMMIE!”

“O mijn hemel…, Carlos!”               

“Wat is dát nou… verdorie! Rook! Wat heb je aan laten staan? Je hebt niks op het vuur laten staan want je kookt nooit!”

“Hoe dúrf je…?! Mijn huis is aan het verbranden en al wat er bij je opkomt is kritiek op mijn werk in huis te leveren!”

“Jouw huis? Sinds wanneer is dit huis van jou? Je hebt er nooit iets aan meebetaald…!”

“MAMMIE!” Nu de situatie tot Sarah doordringt, raakt ze in paniek. “Mammie, je moet mijn poes redden! Die is nog binnen!”             

“Carlos..”

“Mens, het huis staat in brand! Ik waag m’n leven niet voor die rot kat!”

“MAMMIE!”

Als ik zou kunnen praten, zou ik ze kunnen vertellen dat die kat allang was ontsnapt… Hij had zich onder de tafel verstopt toen het erg heet begon te worden… en op hetzelfde moment, dat de werkster de deur open deed, holde de kat naar buiten. Maar ja, ik kan niet praten, ik kan niet schreeuwen; ik kan alleen maar medelijden voor die mensen voelen en samen met het huis verbranden.

**zucht**

Ik heb niet eens medelijden met mezelf. Ik verspreid mezelf in de vorm van miljoenen polenbolletjes. Ik kom wel terug!

Maar mijn medelijden voor die mensen kent geen grenzen!

Toen de werkers van het bouwbedrijf de boel begonnen op te ruimen hoorde ik ze zeggen, dat Sarah en haar ouders de Kerst in een luxe hotel hadden moeten doorbrengen. In plaats van gezellig bij hun eigen kerstboom te zitten, hadden ze in de onpersoonlijke hall naar de kerstboom van het hotel moeten kijken. Het zal gerust wel een nog veel mooiere boom dan ik geweest zijn, maar tóch…! Ze zeiden ook, dat Sarah de hele Kerst huilend heeft doorgebracht. Arm, rijk meisje!

En ik…? Nou ja…, ik begin gewoon opnieuw…

Maar deze keer hoop ik een mooi meubelstuk te kunnen worden!

EINDE